Apotheek Fokkesteeg

Uw apotheek in Nieuwegein! Persoonlijk, betrokken en deskundig!

Apotheek Fokkesteeg is gevestigd op de Zoutkamperschans 2 te Nieuwegein. Er is een nauwe samenwerking met de huisartsen en andere disciplines van gezondheidscentrum de Schans. Daarnaast wordt er op inhoudelijk en logistiek vlak nauw samengewerkt met apotheek Vreeswijk. Wij bieden u graag persoonlijke aandacht om u optimaal te ondersteunen bij het gebruik van geneesmiddelen.
Op onze website en app kunt u eenvoudig 24 uur per dag een herhaalrecept aanvragen. Daarnaast vindt u een uitgebreid aanbod aan informatie over geneesmiddelen, gezondheid en zelfzorg. Ook kunt u bij ons terecht via telefoon, mail of persoonlijk contact in de apotheek.

Zoutkamperschans 2,   3432TZ Nieuwegein
Tel:  (030) 606 33 99  /   Email: info@apotheekfokkesteeg.nl

Terug naar overzicht

Medische Encyclopedie

Inhoud

Specifieke fobie

Wat is specifieke fobie?

Bij een fobie ben je heel erg bang voor iets, zoals:

  • spinnen
  • slangen
  • andere dieren, zoals honden
  • bloed
  • hoogtes: hoogtevrees
  • vliegen: vliegangst
  • autorijden: rijangst
  • in een kleine ruimte zijn, zoals een lift of een wc (claustrofobie)
  • de tandarts
  • overgeven (emetofobie)

Vaak probeer je te ontwijken waar je bang voor bent. 

Een fobie komt meestal door deze dingen samen: 

  • je DNA
    Het DNA in je cellen geeft dan een grotere kans op angst. In sommige families hebben daardoor meer mensen angstproblemen dan in andere.
  • je karakter
    Ben je bijvoorbeeld heel verlegen? Of heel gevoelig voor stress? Dan krijg je sneller last van een angststoornis. Zoals een fobie.
  • een storing in bepaalde delen van je hersenen
    Deze delen regelen geluk, stress en angst in je lichaam. Dat gebeurt met hormonen, zoals serotonine, adrenaline en dopamine.
  • je opvoeding en wat je hebt meegemaakt

Een fobie krijg je vaak al als kind. Gemiddeld rond de 8 jaar. 

Hier zie je de cirkel van angst. Die laat zien hoe te veel angst ontstaat en steeds erger kan worden. 

  • Start: iets wat jou bang maakt: een gebeurtenis, situatie, iets voelen in je lichaam.
  • Gedachten: je denkt dat er iets ergs gaat gebeuren. Bijvoorbeeld: 
    Dit is niet goed. 
    Ik kan dit niet. 
    Het gaat vast verkeerd. 
    Ze vinden me raar. 
    Mijn kind krijgt een ongeluk. 
    Ik raak mijn werk kwijt. 
    Straks doe ik alles fout.
  • Gevoel: angst
    Je voelt angst. Je kunt daar lichamelijk klachten bij hebben, zoals trillen en het warm krijgen.
  • Gedrag: je doet iets niet 
    Je doet iets niet, je ontwijkt bepaalde dingen. 
    Of je doet iets om je veiliger te voelen. Zoals dingen controleren. Of geruststelling vragen aan andere mensen. Of je gaat veel nadenken (piekeren).
  • Gevolg: even minder angst, maar later meer en vaker angst 
    Als je iets niet doet, is je angst even minder. Het is dus heel begrijpelijk dat je dingen ontwijkt of dingen doet om je veiliger te voelen. Maar deze manieren werken kort. Je leert niet met de angst om te gaan.
    Als er weer iets gebeurt wat jou angstig maakt, kom je weer bij Start in de cirkel van angst. 
    De angst kan groter worden. Je kunt er in meer situaties last van krijgen. En meer situaties gaan ontwijken. Zo krijgt de angst steeds meer invloed op je leven. Je durft steeds minder en je wereld wordt steeds kleiner.  

Er zijn een paar manieren om uit de cirkel van angst te komen:
 

  • Doe wel wat je angstig maakt
    Bedenk wat je niet doet omdat je bang bent. Welke situaties ontwijk je? En wat doe je als ontwijken niet kan?
    Ga juist wel doen wat je spannend vindt. Zo kun je de angst ervaren. Je merkt dat de erge dingen waar je bang voor was, niet gebeuren. En dat je de angst aankan.
    Je moet de angst dus meemaken om te merken dat waar je bang voor bent niet gebeurt.
  • Gebruik gedachten die jou helpen
    Wat zijn je angstige verwachtingen? Kloppen ze wel? Hoe groot is de kans dat ze waar zijn? 
    Probeer de gedachte minder belangrijk te maken: het is maar een gedachte. 
    Bedenk gedachten die je kunnen helpen. Gebruik die in moeilijke situaties.
  • Verdraag de spanning
    Doe je iets wat angst geeft? Verdraag de spanning die je voelt. Zo kun je toch doen wat je graag wilt, ook al ben je bang. 
    Soms helpt het om even op iets anders te letten of iets te doen. Dan ben je minder bezig met de angst. 

Het is dus belangrijk dat je situaties waarin je bang bent, toch opzoekt. Je kunt tegen jezelf zeggen: ‘Ik ben bang en ik doe het.’ Je merkt dat de rampen waar je bang voor bent, niet gebeuren. 

Hoe vaker je hiermee oefent, hoe minder je angst uiteindelijk wordt. 
In het begin kan de angst tijdelijk erger worden. En je kunt je moe voelen. Angst ervaren kost veel energie. 
Na een tijd leer je steeds beter met de angst omgaan. Je angst wordt minder. En je bent ook minder moe.

Wat kan ik zelf doen?

Zo kun je met je angst omgaan en voel je je beter:

  • Vertel iemand over je fobie, bijvoorbeeld aan een vriend.
  • Blijf dingen doen die angst geven. Zo leer je omgaan met de angst. De angst wordt daardoor minder.
  • Krijg je een paniekaanval? De angst wordt dan meestal vanzelf minder na een paar minuten tot half uur. Als je dat weet, durf je misschien toch de dingen te doen die je eng vindt.

Wat kan de apotheker voor mij doen?

Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

  • Receptcontrole

De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

  • Overzicht van uw medicijnen

Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

  • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

  • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

  • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

  • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

  • Medicatiebeoordeling

Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

  • Zelfzorg

Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

  • Bezorgservice

Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?

Maak een afspraak met je huisarts als je last hebt van een fobie en een behandeling wilt. 

Welke medicijnen worden gebruikt bij

Serotonineheropnameremmers
Serotonineheropnameremmers, ook wel SSRI`s genoemd, regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine, een van nature voorkomende stof die een rol speelt bij stemming en emoties. Hierdoor nemen angsten af. Voorbeelden zijn paroxetine, citalopram en sertraline.
 

Tricyclische antidepressiva
Tricyclische antidepressiva regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine en noradrenaline, twee van nature voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemming en emoties. Hierdoor verminderen de gevoelens van angst. Voorbeelden zijn clomipramine en imipramine.